geschiedenis
Tot in vele details is de geschiedenis van de ruimten bekend. Hieronder een beknopt chronologisch verslag van gebeurtenissen en doeleinden van de toren, de brug en de kelders eronder.
1480
bouw van de Jan Roodenpoorts toren & brug
Het Singel vormde van 1425 tot 1593 de buitengracht van het oude Amsterdam. De J.R.P. Toren is gebouwd als een van de stadspoorten in het verdedigingswerk van het oude Amsterdam. De toren is genoemd naar de Amsterdamse lijndraaier Jan Rode, die hier langs de stadsvest zijn lijnbaan had, en werd bewoond door een stadsdienaar die toezicht op de poort hield, ook werden er gevangenen bewaard. In de torenvoet is nu nog een deel van de oude stadswallen zichtbaar.
1616
rondom de oude houten toren wordt door Hendrick de Keyser een bakstenen mantel gelegd.
De stadhuistoren was bouwvallig en werd afgebroken. Men besloot de Jan Roodenpoorts toren, die aan een belangrijke verbindingsweg tussen de nieuwe uitleg en de oude stad stond, te vernieuwen, naar de plannen van de beroemde architect Hendrick de Keyser. De toren werd van een hoge spits, uurwijzer en slagklok voorzien, ‘alzo de buurt hieromtrent het gerijf van den Stadhuisklok miste’. Tegenwoordig is de halfronde houten toren nog in het fundament zichtbaar. In de nieuwe toren, die nog voor eind 1616 gereed was, bleef de woning en de gevangenis bestaan. In de kelder was de keuken. Boven het woongedeelte kwamen twee zolders met gevangenishokken.
1648
de oude houten brug wordt door Jan Adriaansz Leeghwater vervangen door een stenen brug.
Tegelijk met de bouw van het nieuwe Stadhuis op de Dam wordt de huidige stenen brug gebouwd door Jan Adriaansz Leeghwater. De Torensluis (Brug nummer 9) is tegenwoordig de oudste van de 1400 nog bestaande bruggen van Amsterdam. De brug is 42 meter breed; de breedste brug die Amsterdam kent. De welfbrug is zo breed gebouwd om de drukke verkeerssituatie op te lossen: men experimenteerde hier voor het eerst met éénrichtingsverkeer, aan twee kanten van de toren, die midden op de brug stond was een doorgang voor verkeer. Bij de bouw van de brug zijn aan weerszijden van de torenvoet kelders ontstaan, die als bergplaats in gebruik zijn geweest . Uit oude tekeningen en thans aangetroffen sporen blijkt dat er aan de noordzijde een uitbreiding van de keuken was, terwijl in het zuidelijke gewelf hokken voor gevangenen waren.
1652
opslag goud en zilver uit het stadhuis.
Na een brand in het oude stadhuis werden de welfkelders aan weerszijden van de J.R.P. toren gebruikt als opslag voor het gemunt en ongemunt goud en zilver uit de wisselbanken.
1829
amotie van de Jan Roodenpoorts toren.
De J.R.P. toren verkeerd in zodanig slechte toestand dat het stadsbestuur besluit de toren te verkopen aan slopers. Op 30 september 1929 vond de openbare verkoop plaats. De toren werd gekocht voor f. 11.400,- door timmerman G. Jansen, die zich voor de afbraak associeerde met de heer L. de Boom. De verkoop gold voor de gehele toren ‘alles echter niet verder dan tot de begane grond, zullende de kelder of kluizen ter wederzijde van het opgaande muurwerk van de toren alzo daaronder niet zijn begrepen’. De torenvoet diende als fundament voor de brug en werd volgegooid met fijn puin. Zo ontstonden aan weerszijden van de toren twee afzonderlijke ruimten, die door de gemeente voor verhuur geschikt worden gemaakt.
1829-1942
de kelders onder de brug worden verhuurd
De noordelijke en zuidelijke ruimte worden soms afzonderlijk soms tegelijk aan steeds verschillende partijen verhuurd. De ruimten worden vooral gebuikt als opslag, huurders lopen uiteen van bakker I. Jutte (1840), als opslag voor bakkersbenodigdheden, tot stadsreiniging (1881) die er gereedschap strooizout voor gladde dagen bewaarde, tot toneelvereniging ‘Caecilia’ (1922), die er decorstukken bergde die gebruikt werden ter verbetering van de akoestiek in de stadsschouwburg, tot de politie (1941) die er in beslag genomen vuurwerk opslaat. De brug en de kelders worden meermalen enigszins gerestaureerd.
1941
er wordt besloten een nieuwe, smallere brug te plaatsen.
Na restauratie in 1926, en sluiting voor zwaar rijverkeer in 1939 wordt in de gemeenteraad besloten de 42 meter brede Torensluis te vervangen door een nieuwe, smallere brug. Als gevolg van de 2e Wereld Oorlog vinden de plannen geen doorgang. Na de oorlog neemt men de plannen weer ter hand, maar de plannen worden nooit uitgevoerd.
1960
grootschalige restauratie van de torensluis, de kelders worden verbouwd tot schuilkelder
De danig in verval geraakte brug was sinds 1957 gesloten voor alle verkeer wegens instortingsgevaar. Het historisch aanzien blijft in tact, de fundering wordt gemoderniseerd door de plaatsing van de brug op 240 betonnen palen, en het wegdek wordt weer waterdicht gemaakt. De kelders worden verdiept door middel van tot onder de waterspiegel reikende betonnen bakken. De voet van de toren wordt, als fundament voor het wegdek, volgestort met puin. De ruimten worden aangewezen als openbare schuilkelder. De trappen die toegang tot de ruimten vanaf de kade kunnen verschaffen. zijn echter tot 1987 nooit aangelegd, zodat de ruimten alleen vanuit het water toegankelijk zijn.
1960
vergevorderde plannen voor herbouw van de J.R.P. toren
Toenmalig directeur van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg Ir. R. Meischke, houdt in het tijdschrift ‘Ons Amsterdam’ (13e jaargang, No. 10, oktober 1961) een uitvoerig pleidooi voor herbouw van de Jan Roodenpoorts toren. Bijna is het zover gekomen. In het jaar van ‘Amsterdam 700 jaar Stadt’, tevens Europees monumentenjaar, lagen de plannen tot herbouw klaar en was de financiering naar het schijnt, rond. Op het laatste moment werd van de herbouw afgezien, met als argument dat het stadsbestuur voorrang wilde geven aan eigentijdse bouwkunst.
1975
een wassenbeeld van een gevangene wordt in het raam geplaatst
Vele rondvaartboten varen dagelijks langs. Het wassenbeelden museum Madame Tussaud plaatst een wassenbeeld van een gevangene aan de zuidzijde in het raam. Op de toeristenboten wordt steeds verwezen naar deze pop en de oude functie van de kelders als gevangene.
1987
expositie van Christian Boltanski in de kelders van de Torensluis
Beide kelders worden gebruikt voor de manifestatie ’Century ’87; Kunst van nu ontmoet Amsterdams verleden’ in 1987. De sociaal geëngageerde, beroemde hedendaags kunstenaar Christian Boltanski (Parijs, 1944) presenteert er zijn draadmannetjes, die door kaarslicht zeer vreemde schaduwen op de muren projecteren. Voor dit doel worden tijdelijke trappen en steigers aangelegd.
1989
in de zuidelijke gewelven wordt Galerie Forum opgericht
Elsje Stroetink en Robert van Tour beginnen Galerie Forum in het gewelf onder de torensluis aan de zuidzijde. De eerste expositie was een solo tentoonstelling van Hans Verhagen. Het precieze verdere verloop van Galerie Forum is onbekend.
1995
reclamebureau Kleshel neemt Galerie Forum over
Arrad Eshel & Jan Klestadt, van reclamebureau Kleshel, huren de ruimte. Ze maken al verschillende plannen voor de ruimte, maar doen de ruimte wegens tijdgebrek over aan Bjorn & Coen ter Kuile, eigenaars van het toenmalige café ter Kuile op de hoek van het Singel met de Torensteeg.
1997
Bjorn en Coen ter Kuile huren de kelders.
De broers ter Kuile van cafe ter Kuile op de hoek huren de ruimte onder de Torensluis. Er vinden diverse kleinschalige evenementen plaats, als voetbal kijken en kleine dansfeestjes. Al snel ontstaat het plan de torenvoet weer open te breken, zodat beide ruimten weer met elkaar verbonden zullen zijn.
2002
de verbouwing
De doorgang tussen de twee ruimten van de Torensluis wordt hersteld. De torenvoet is bij restauratie van het brugdek en de aanleg van de schuilkelders eronder, in 1960, volgestort met puin. De twee ruimten zijn toen enkel met elkaar verbonden door een betonnen buis met een diameter van 80 centimeter en een lengte van 12 meter. Deze buis verbond de twee aan weerskanten liggende welfkelders om lucht door te laten stromen.
De eerste stap bij het geschikt maken van brug9 als publieksruimte, was de ruimten weer met elkaar verbinden. Na lange tijd van onderhandeling met de gemeente, is daartoe in november 2002 een waterdichte beton laag (40cm dik, klasse 45) op de oude fundering van de Jan Roodenpoorts toren (hier en daar 3,6 m) aangelegd. Allereerst was het de bedoeling de torenvoet eerst uit te graven, en daarna de waterdichte laag aan te brengen. Daarna is de torenvoet van binnenuit uitgegraven. De totale lengte van de 3 ruimten is nu ruim 40 meter.
Daarna moest de torenvoet ook aan de onderkant waterdicht gemaakt worden, aangezien de bodem onder het water niveau ligt. Hiertoe is in november 2003, zoals in de twee andere ruimten al aanwezig, de vloer uitgediept, en een betonnen bak aangelegd, die de waterdruk kan weerstaan. Ook hier is vloerverwarming aangelegd.
Tussen november 2003 en 2007 is de verbouwing gecontinueerd. De vloeren zijn aangepast, de muren schoongemaakt. Er is een aansluiting met het riool gemaakt, toiletten worden geplaatst. De elektra is aangelegd als een flexibel systeem overal in de welfkelders. Er is telefoonaansluiting aangelegd en een internetverbinding. Alle ruimten beschikken over vloerverwarming. Alle aanpassingen worden zo gedaan dat het monumentale karakter van brug no. 9 onaangetast blijft, en dat alle nieuwe elementen duidelijk te onderscheiden zijn. Alles is zo verbouwd dat de doorstroom van het publiek van zuid naar noord wordt gestimuleerd.